Aangesloten bij de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers

Red Vented Blue Bonnet

Voor Foto's Zie onderaan. Onder

Nederlandse Naam:

Red Vented Blue Bonnet

Latijnse naam:

Psephous haematogaster haematorrhous

Familie naam:

-

Geslacht:

-

Soort:

-

Synoniemen:

-

 

Continent van herkomst:

Noordelijk New South Wales en zuidelijk Queensland

Specifiek vindgebied :

Indonesië, West- Afrika, China

 

Grootte:

Deze ondersoort lijkt in grote trekken op het nominaatras, maar is iets groter; lengte ongeveer 31 cm .

Temperatuur (°C):

-

Algemene Omschrijving:

Kenmerkend voor de Red-vented zijn de rood gekleurde onderstaartdekveren en de kastanjerode vleugelbalk op de vleugels. Het rood van de buikvlek is bovendien uitgebreider dan van de Yellow-vented en loopt door tot op de dijen. De schouderdekveertjes en buitenste kleine vleugeldekveertjes van de Red-vented zijn turquoisekleurig in plaats van violetblauw.

 

Blue-bonnetparkieten zijn zeer agressieve en wilde volièrevogels. Het zijn dan ook beslist geen vogels die samen met andere vogels in een (gezelschaps)volière gehouden kunnen worden. Bekend is dat ze parkieten aanvallen en soms doden die groter zijn dan zijzelf. Hun vechtlustig karakter maakt ook dat bij het samen­stel­len van de paren er goed op gelet moet worden of de vogels elkaar verdragen. Is dit niet het geval dan zal de man zondermeer de pop doden. Bij het samenstellen van paren kunnen daarom het beste jonge vogels bij elkaar geplaatst worden. Jonge vogels zijn veelal verdraagzamer tegenover elkaar. In het algemeen zullen deze paren dan ook, wanneer ze geslachtsrijp zijn,  veel minder problemen opleveren. Het is ook erg belangrijk om niet direct, bij verlies van een partner, een andere partner te geven. In een dergelijk geval is het beter de vogels eerst aan elkaar te laten wennen en ze in naast elkaar liggende volières te plaatsen. Zorg er hierbij voor dat er altijd dubbelgaas tussen de volières is aangebracht. Indien dit niet het geval is zal dit onvermijdelijk tot zeer ernstige verwondingen aanleiding geven. Belangrijk om nog te weten is dat de vogels behoorlijke lawaaischoppers zijn.

Geslachtsonderscheid:

Man: Gelijk aan Psephotus h. heamatogaster maar het rood loopt bij deze ondersoort door tot de onderstaartdekveren. Verder zijn de schouderveren en de buitenste kleine vleugeldekveren bleekgroen (i.p.v. blauw) van kleur en de binnenste kleine en middelste vleugeldekveren bruinrood. Binnen de soort komen veel kleurvariaties voor.

Pop: Gelijk aan de man maar in het geheel bleker van kleur. Met name het blauw van het masker is bleker. Ook bezit de pop minder rood op de buik, dijen en onderstaartdekveren als de man. In het algemeen bezit de pop een kleinere kop en snavel als de man. Een ander verschil tussen beide seksen is dat de man vaak fier en rechtop op de zitstok zit terwijl de houding van de pop vaak meer ‘gehurkt' is. Jongen: De jongen lijken op de ouders maar zijn bleker van kleur en hebben duidelijk minder rood op buik, dijen en onderstaartdekveren. De jongen zijn na ca. 10 - 12 maanden op kleur.

Speciefieke kenmerken:

Deze vogels zijn bij uitstek geschikt voor de gezelschapvolière. U kunt een paartje van deze vogels aanschaffen, maar het verdient aanbeveling om een klein groepje samen te houden. Wanneer ze ruim gehuisvest zijn, zodat er voldoende ruimte is voor alle vogels, hoeft u geen problemen te verwachten. Andere vogels worden doorgaans met rust gelaten.

 

Volière (Omgeving):

Rijstvogels zijn levendige vogels die gebruik maken van alle lagen van de volière. Ze nemen tijdens warme dagen graag een bad. Een aardewerken schaal, gevuld met fris water, is hiervoor ideaal. Haal de schaal na enkele uren weg, zodat er geen kans bestaat dat de vogels van het –inmiddels vervuilde- water drinken.

Voedsel:

Blue-bonnetparkieten zijn bewoners van savannen. Ze leven in gebieden met weinig bomen en zeer verspreid voorkomend hoger en minder dicht type struikgewas dat bestaat uit dwergachtige eucalyptusstruiken. In Australië wordt een dergelijke vegetatie aangeduid met mallee. Deze struiken zijn bestand tegen het zeer droge klimaat waarin blue bonnetparkieten vertoeven. Naast mallee gebieden komen blue bonnetparkieten ook voor in eucalyptusbossen langs de oevers van rivieren. Ze worden vaak waargenomen in paren of, en dan alleen buiten de broedtijd, in kleine groepjes van 6 tot 10 vogels. Ze vertoeven veel op de grond waar ze op zoek zijn naar voedsel. De voeding in het wild  bestaat vooral uit zaden van grassen, onkruiden en allerlei wilde plan­ten. Minder vaak worden vruchten, bloesemnectar, blad­knoppen en insecten opgenomen. De red-vented-blue-bonnetparkiet komt in zijn verspreidingsgebied vrij algemeen voor en wordt vaak gezien rond boerderijen en drinkplaatsen van vee.

Kweek:

Blue-bonnetparkieten vertoeven in het algemeen veel op de grond en mogen graag klimmen. Het daarom verstandig om in de volière regelmatig (verse) klimtakken aan te brengen. Als nestgelegenheid kan een nestblok verstrekt worden met een afmeting van 60 cm hoog, een bodemoppervlak van 18 x 18 cm . en een invlieggat van maximaal ? 4,5 cm . Als de vogels een grotere opening nodig hebben dan maken ze het zelf wel groter. Een klein invlieggat blijkt erg belangrijk voor blue bonnetparkieten om zich veilig te voelen net als trouwens een (kleine) binnendiameter van de nestholte. Naast zelf gemaakte broedblokken is het aan te raden ook natuurblokken te verstrekken zodat de vogels zelf hun keuze kunnen maken. Als nestmateriaal kan gebruik worden gemaakt van vermolmd hout, houtspaanders en of zaagsel welke vermengd wordt met potgrond of turf. De nestblokken kunnen het beste begin maart in de volière opgehangen worden omdat blue bonnetparkieten vaak al vroeg in het jaar, zo omstreeks half februari, broedneigingen vertonen.

Dan ook laat de man zijn prachtige balts zien. Hierbij richt hij zich hoog op de poten op en maakt trillende bewegingen met zijn vleugels. Onderwijl maakt hij met zijn kop snel knikkende bewegingen en draait hij met zijn gespreide staart heen en weer. Bij dit alles staat zijn kopbevedering, als een soort van kuif, fier overeind. Als ook de pop in de juiste broedstemming verkeerd zullen al vrij snel paringen tussen beide vogels waargenomen kunnen worden. Om de broeddrift van de pop te stimulerende is het verstandig om voor het invlieggat een dun plankje of een stuk boomschors aan te brengen. De pop zal dan veel moeten knagen om een opening te creëren die toegang geeft tot het nest. Met name dit knagen wakkert bij haar de broeddrift aan. Maak wel een gaatje van ongeveer 1 cm in het plankje en of boomschors zodat de pop alvast een begin heeft. Wanneer beide vogels in broedstemming zijn zie je ze vaak naast elkaar van de ene zijde van de volière naar de andere zijde vliegen. De man kan dan de pop zo fel achtervolgen dat deze in het nestblok vlucht. Ook komt het nogal eens tot vechtpartijen tussen beide. Het is echter wel zo dat rustige stellen over het algemeen geen jongen voortbrengen. Voor goede broedresultaten moet er wat dat betreft vuur en passie in de vogels zitten. De pop legt 4 tot 5 eieren die ze om de dag legt en alleen bebroed. Meestal begint de pop bij het 2 e ei te broeden. Tijdens het broeden komt de man regelmatig voor het invlieggat zitten om de pop te voeren. Ook is er voortdurend contact tussen beide vogels door middel van zachte fluittonen. De broedduur is ongeveer 19 dagen. In de eerste week worden de jongen alleen door de pop gevoerd, daarna helpt ook de man bij het voeren van de jongen. Na 7 dagen zijn de eerste veerstoppels bij de jongen zichtbaar. Na 7 – 8 dagen kunnen de jonge vogels geringd worden met ringmaat 5,5 mm . Na ca. 10 dagen zijn bij de jongen de staart- en vleugelpennen zichtbaar en na 15 dagen zijn deze ongeveer 1 cm . lang. Na 3 weken zitten ze voor ongeveer 75% in de veren en na 30 dagen volledig. Het duurt dan niet lang meer alvorens ze uitvliegen. Het eerste jong vliegt veelal na ongeveer 5 weken uit. Pas uitgevlogen jongen zijn nog zeer schrikachtig en wild. Goed vliegen kunnen ze dan nog zeker niet. Toch leren ze dit erg snel en het duurt dan ook niet lang of ze zijn net zo snel als de oudervogels. Vier weken nadat de jongen zijn uitgevlogen zijn ze zelfstandig. Ze moeten dan bij de ouders vandaan gehaald worden omdat er anders gerede kans bestaat dat ze aangevallen (en gedood) worden door de man. Jonge vogels zijn op een leeftijd van 10 tot 12 maanden volledig op kleur. Van een goed broedkoppel kan gedurende een lange reeks van jaren plezier beleefd worden.

Foto's

NB. Wacht eerst voor alle foto's zijn geladen! Als u eerder op een andere foto klikt laad hij niet verder! U ziet dat doordat in de balk onderaan 'Gereed' staat. Dan kunt u op een andere foto klikken!

Terug