Aangesloten bij de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers

Putter

Voor Foto's Zie onderaan. Onder

Nederlandse Naam:

Putter

Latijnse naam:

Carduelis Carduelis

Familie naam:

-

Geslacht:

-

Soort:

Fringillidae (vinkachtigen)

Soort : Van de putter zijn de volgende ondersoorten bekend:

A. Grote Putter: Carduelis carduelis major domestica

B. Kleine Putter: Carduelis carduelis minor domestica

C. Grijskop Putter: Carduelis carduelis caniceps domestica

Synoniemen:

-

 

Continent van herkomst:

De putter komt in Europa, Noord-Afrika en Zuidwest-Azië voor. De putter is overwegend een standvogel, alleen de meest noordelijke populatie trekt naar het Zuiden.

Specifiek vindgebied :

-

 

Grootte:

12 cm

Temperatuur (°C):

Winterhard

Algemene Omschrijving:

Halfopen cultuurgebied en bossige delen in steden. De Putter broedt in de bomen langs straten en lanen, van kinderboerderijen en plantsoenen en beperkt zich niet tot parken en parkachtige landschappen.

Geslachtsonderscheid:

1. Mannen zijn wat groter en forser dan de pop.

2. De zwarte kopband van de pop is minder zwart en smaller vaak voorzien van een bruine aanslag.

3. Het rode masker van de pop is minder diep van kleur en kleiner. Het masker van de pop loopt verticaal gezien nooit verder -naar achteren dan de helft van het oog. Bij mannen tot achter het oog. Ook loopt het masker van de man verder door richting borst onder de snavel.

4. Snorveertjes rond de snavel en de teugel zijn bij een pop minder donker dan bij een man.

5. Gele spiegels van een man zijn dieper van kleur dan van een pop.

6. Mannen laten vaak een gele waas zien in de bruine borstbevedering bezijden de "paddestoel".

7. Als men de vogel in de hand neemt dan is de vleugelbocht bij de man egaal diep zwart,bij de pop zien we hier een bruine omzoming door het zwart lopen. Bij jonge vogels is deze omzoming grijs

Speciefieke kenmerken:

-

 

Volière (Omgeving):

-

Voedsel:

Wildzang mengeling, onkruidzaden, 2x per week witte pit + hennep groenvoer levend voer en eivoer met slazaad en negerzaad.

Kweek:

De putter broedt van eind april tot in juni. Het nest zit in heggen en dicht struikgewas. Een legsel bestaat uit 5 tot 6 witachtige, donkerbruin gevlekte eitjes. Het vrouwtje broedt de eitjes in 13 tot 14 dagen uit.

Foto's

NB. Wacht eerst voor alle foto's zijn geladen! Als u eerder op een andere foto klikt laad hij niet verder! U ziet dat doordat in de balk onderaan 'Gereed' staat. Dan kunt u op een andere foto klikken!

Terug