Aangesloten bij de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers |
|
||||||
In Gesprek met... John PrinsVan "het vogelvirus" kom je niet meer af!John Prins is opgegroeid tussen de vogels, zijn vader was vroeger een fanatieke duivenmelker. Ook John is in zijn jeugd actief geweest met de duiven, tot dat het uitgaansleven interessanter werd dan de vogels. Maar zoals wel vaker het geval is, mensen komen weer terug bij hun oude hobby, zo ook John. Aangestoken door zijn vader en broer, die momenteel halsbandparkieten kweken, besloot John ook weer vogels te gaan houden. Dit werden geen duiven zoals vroeger maar gouldamadines. De kweek van deze vogels ging gepaard met wisselend succes, het ene jaar verliep uitstekend, het andere jaar een stuk minder. Vooral de mutatiekleuren leverden de nodige negatieve ervaringen op. Naar ongeveer 2 jaar besloot John een tweede soort vogel te gaan kweken, dit werden glosters (een postuurkanarie) Het eerste kweekjaar met deze vogels was geen succes. Al snel bleek dat de oorzaak hiervan te zoeken was in de combinatie gouldamadines versus glosters. Wanneer deze opponenten bij elkaar gehuisvest zijn, levert dit in veel gevallen negatieve broedresultaten op. Het daaropvolgende jaar heeft John zijn gouldamadines opgeruimd en is hij doorgegaan met de kweek van glosters. Deze beslissing heeft een positieve impuls op de glosterkweek tot gevolg gehad. Vanaf dat moment werden de broedresultaten beter en werd er mede met behulp van mensen binnen de vereniging alsmede zijn vrouw, goede resultaten behaald op de tentoonstelling. Afgelopen jaar vielen de kweekresultaten echter weer wat tegen. De oorzaak hiervan is ditmaal niet te vinden in een verkeerde combinatie van vogels, maar in het gebrek aan voldoende vrije tijd. John heeft te weinig tijd aan zijn vogels kunnen besteden, wat hoofdzakelijk te wijten is aan zijn huidige studie en werk. Om dit probleem te verhelpen heeft John besloten om zijn broedkooien te reduceren van 25 naar 11 kooien. Zodoende kan hij meer aandacht geven aan de overgebleven kweekkoppels. Want het leukste van vogels houden is toch wel de kweekperiode. Dit begint al met het samenstellen van de koppels. Hierbij moet naar de verschillende aspecten van beide vogels gekeken worden, waaronder formaat, vererving enz. Deze periode is bij uitstek geschikt om je vogels te verbeteren. De tentoonstellingsperiode vindt John een leuke maar vooral spannende periode. Iedereen wil namelijk toch weten of hij dat jaar een mooie en kwalitatief goede vogel heeft gekweekt. Daarnaast speelt het competitie element ook mee, een kampioen is toch een bekroning op de vele inspanningen die zijn geleverd. Ook dit jaar hoopt John, ondanks de mindere kweekperiode, weer vogels op de tentoonstelling in te kunnen zenden. We kunnen concluderen dat John een enthousiaste kweker van glosters is, hij zal in de aankomende jaren zeker proberen om nog kwalitatief betere vogels te kweken en naar de tentoonstelling te brengen. De kans is dan ook groot, dat u John zijn vogels bij een bezoek aan de tentoonstelling kunt bewonderen. |
|||||||