Aangesloten bij de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers

Rijstvogel

Voor Foto's Zie onderaan. Onder

Nederlandse Naam:

Rijstvogel

Latijnse naam:

Padda Oryzivora

Familie naam:

-

Geslacht:

-

Soort:

-

Synoniemen:

-

 

Continent van herkomst:

Azië / Afrika

Specifiek vindgebied :

Indonesië, West- Afrika, China

 

Grootte:

Ongeveer 13 tot 14 centimeter

Temperatuur (°C):

Deze populaire volièrevogels zijn doorgaans sterk en gehard. Her is voldoende wanneer u ze de beschikking geeft over een vorstvrij nachthok, waarin ze zich bij koude kunnen terugtrekken. Alleen tijdens erg strenge winters kan verwarming of huisvesting binnenshuis nodig zijn.

Algemene Omschrijving:

Zwarte kop, witte wangen en verder over het gehele lichaam blauwgrijs. Rode snavel en pootjes. Een algemeen bekende en geliefde vogel, zowel in de volière als in de kooi.

Geslachtsonderscheid:

Het is erg moeilijk om de geslachten van elkaar te onderscheiden. Een geoefend oog ziet het verschil aan de snavel, die bij de mannetjes wat forser en roder van kleur is. Soms is ook de oogring bij de mannelijke vogels wat opvallender.Om echt zekerheid te hebben, zult u de vogels wat langer moeten observeren; de mannetjes van deze vogelsoort zingen, de vrouwtjes niet.

Speciefieke kenmerken:

Deze vogels zijn bij uitstek geschikt voor de gezelschapvolière. U kunt een paartje van deze vogels aanschaffen, maar het verdient aanbeveling om een klein groepje samen te houden. Wanneer ze ruim gehuisvest zijn, zodat er voldoende ruimte is voor alle vogels, hoeft u geen problemen te verwachten. Andere vogels worden doorgaans met rust gelaten.

 

Volière (Omgeving):

Rijstvogels zijn levendige vogels die gebruik maken van alle lagen van de volière. Ze nemen tijdens warme dagen graag een bad. Een aardewerken schaal, gevuld met fris water, is hiervoor ideaal. Haal de schaal na enkele uren weg, zodat er geen kans bestaat dat de vogels van het –inmiddels vervuilde- water drinken.

Voedsel:

De rijstvogels eten bij ons gewoon met “de pot” mee. Als zaadmengsel krijgen ze ‘van Himbergen' grasparkietenzaad voorgezet. Hier wordt door onkruidzaad en paddy aan toegevoegd. De verhouding die ik hanteer is 5 delen ‘van Himbergen' grasparkietenzaad, 1 deel onkruidzaad en 1 deel paddy. In plaats van paddy zou ook  gebroken witte rijst uit de supermarkt   gebruikt kunnen worden. Naast dit zaadmengsel krijgen de vogels elke dag een mengsel van kiemzaad, eivoer en universeelvoer (dierlijke eiwitten!!). Ik geef dit in een verhouding van 2 delen universeelvoer, 4 delen kiemzaad (droog!) en 2 delen eivoer. Nadat het kiemzaad is geweekt meng ik hier het eivoer en universeelvoer doorheen. Twee keer per week meng ik , ondanks dat de vogels er ook vrij over kunnen beschikken, scherpe maagkiezel en oesterschelpengrit van ‘Thijssen  Mill' door het  kiemzaad. De vogels, ook de jongen, doen het op deze voeding prima. Oh ja, regelmatig ga ik in de zomer op zoek naar (onbespoten) gras- en onkruidzaden. Deze worden met een heggenschaar geknipt en in grote bossen  neergehangen in de volière. Het is een genot om te zien hoeveel plezier je hier je vogels mee doet. Gunstig hierbij is ook nog dat de halmen van het gras, nadat ze tot hooi zijn verdroogd, door de vogels worden gebruikt voor de nestbouw.   

Kweek:

Rijstvogels maken niet vaak een vrijstaand nest. Ze geven doorgaans de voorkeur aan een gesloten of halfopen broedhokje. Geschikte afmetingen hiervoor zijn een bodemoppervlak van ongeveer l5 vierkante cm. bij een hoogte van ongeveer 20 cm.  Het nest wordt voornamelijk door het mannetje gebouwd van grof materiaal, zoals hooi grashalmen , kokosvezel en stro. Als bekleding komen zachte veertjes en dierenhaar in aanmerking. U kunt ongeveer 4 tot 6 witte eitjes verwachten.

Zowel het mannetje als het vrouwtje bemoeit zich met het uitbroeden van de eitjes. Na ongeveer 13 dagen broeden komen de jongen uit het ei. De jongen worden door beide ouders gevoerd met zaden, maar ook veel insecten in diverse stadia en eivoer. De jongen vliegen na ongeveer 28 tot 32 dagen uit, ze kunnen dan nog niet voor zichzelf zorgen en worden nog gedurende een week of twee in afnemende mate door beide ouderdieren gevoerd en begeleid. Na ongeveer drie maande hebben de jongen hun volwassen kleuren. Ouderdieren in goede conditie kunnen per seizoen meerdere legsels grootbrengen.

Foto's

NB. Wacht eerst voor alle foto's zijn geladen! Als u eerder op een andere foto klikt laad hij niet verder! U ziet dat doordat in de balk onderaan 'Gereed' staat. Dan kunt u op een andere foto klikken!

Terug